nsw-npfos1y8-7w5-pgvz3xzn0cbpqjr0u0chtzay-v881pyanhn4aqmqxircl-oq01k7l0z9wkb6-ca4pd5th8s-er42qo4qjpnl7xc6m6cfbs8fvnfwsuxhms7ou8pqdzz
 
Logo Graancirkel rond_edited.png

 Graancirkel-route 

Spurrie

Spurrie (Spergula arvensis) is een oud stoppelgewas, dat als tussengewas na de oogst van rogge werd gezaaid op droge zandgronden zoals bij Oploo.  De spurrieplant vormt heel veel kleine witte bloempjes en kan 10 tot 40 cm hoog worden. Een eigenschap van deze plant is, dat deze zonder bemesting op de laatste voedingsstoffen in de bodem kan groeien. De opbrengst is niet hoog.

In de prehistorie werd spurrie geteeld voor de eetbare zaden. De afgelopen eeuwen werd het op de gemengde bedrijven in het najaar belangrijk als vers voer voor de koeien. Spurrie bezorgde boter een typische smaak die zeer gewaardeerd werd en een betere prijs opleverde.

De kans op vroege vorst in het najaar is tegenwoordig niet meer zo groot, maar rond 1800 was het niet uitzonderlijk dat de spurrie in oktober bevroor. Het bevriezen dwong de boer zijn wintervoorraad hooi al vroeg aan te spreken en noodzaakte hem soms vee te verkopen.

Toen rond 1900 de kunstmest zijn intrede deed, en boeren meer productieve gewassen zoals stoppelknollen konden telen, liep het areaal spurrie snel terug. De finale klap werd rond 1970 uitgedeeld door snijmaïs dat als nieuw voedergewas aan een spectaculaire opmars begon en veel andere voedergewassen zoals rogge verving.

De Spurriebuuken, zoals de carnavalsvereniging van Oploo in 1961 werd ‘gedoopt’, is afgeleid van de dit toen nog redelijk populaire gewas.

Areaalontwikkeling Spurrie (Nederland / CBS):

  • 1900: 3.600 ha

  • 1950: nihil

  • 2000: nihil

  • 2018: nihil

 

Bijenvriendelijkheid: *** (3 sterren)