nsw-npfos1y8-7w5-pgvz3xzn0cbpqjr0u0chtzay-v881pyanhn4aqmqxircl-oq01k7l0z9wkb6-ca4pd5th8s-er42qo4qjpnl7xc6m6cfbs8fvnfwsuxhms7ou8pqdzz

 Graancirkel-route 

Gerst

Wereldwijd kan gerst (Hordeum vulgare) in gebieden geteeld worden, waar andere graansoorten zoals tarwe niet gedijen. Gerst is de oudste graansoort in Europa: 3000 jaar voor Christus aten de mensen al gerstebrij. Tegenwoordig wordt gerst gebruikt als voergraan en als grondstof voor bier en ontbijtgranen.

De gerstsoorten die in West-Europa worden verbouwd, behoren tot de tweerijige gerst (korrels in 2 rijen op de aar). In zuidelijk gelegen streken wordt meer veelrijige gerst geteeld. Deze graansoort is een zelfbestuiver. Gerst heeft een korte groeitijd en verdraagt warmte. De plant is ook goed bestand tegen koude, een vochtige bodem en bodems met zout.

Gerst kan net als tarwe in de herfst als tweejarig gewas (wintergerst) of in het voorjaar als eenjarig gewas (zomergerst) worden gezaaid. Wintergerst wordt in oktober gezaaid en is dus winterhard. De oogst vindt eind juli-begin augustus plaats. Zomergerst wordt vanaf half februari gezaaid en meestal half augustus geoogst. Volgens CBS bedroeg het areaal wintergerst in 2018 circa 8.000 hectare, het areaal zomergerst 28.000 hectare.