nsw-npfos1y8-7w5-pgvz3xzn0cbpqjr0u0chtzay-v881pyanhn4aqmqxircl-oq01k7l0z9wkb6-ca4pd5th8s-er42qo4qjpnl7xc6m6cfbs8fvnfwsuxhms7ou8pqdzz

 Graancirkel-route 

Boekwijt

Gewone boekweit (Fagopyrum asculentum) is nooit een cultuurgewas van betekenis geweest en tegenwoordig wordt het weinig geteeld. Rond 1850 werd in ons land nog 65.000 hectare geteeld, maar na de Tweede Wereldoorlog is het praktisch verdwenen.

In tegenstelling tot de andere granen komt boekweit niet voort uit de grassenfamilie, maar is het een zogenaamd pseudograan. Het werd ook wel ‘armeluisgraan’ genoemd, omdat het weinig bemesting vraagt. Het staat te boek als zeer bijenvriendelijk gewas.

Gewone boekweit vormt een 30 tot 60 cm hoge éénjarige plant. Het is een zomergewas met een korte groeiperiode van drie maanden. De zaaitijd ligt tussen half mei en half juni, de oogst is vanaf juli tot september.

De zaadjes van boekweit worden gebruikt in kuiken- en vogelvoer. De gepelde zaden zijn ook prima geschikt voor menselijke consumptie, onder andere als grondstof voor pap en pannenkoeken. Volgens CBS bedroeg het areaal in 2018 in Nederland circa 1.000 hectare.